Winterbevangenheid

Winterbevangenheid

Je paard loopt een beetje strompelend, maakt korte passen of loopt stijf op de harde koude bodem. In eerste instantie zal je waarschijnlijk denken dat dit door de koude harde ondergrond komt. Of kan er iets anders aan de hand zijn? Als je het paard van de harde ondergrond afhaalt en naar de binnen rijbaan gaat of op ander zacht ondergrond en je ziet dat je paard nog steeds niet goed loopt, dan kan het zijn dat je paard “winterbevangenheid” heeft. Ze noemen dit ook wel eens “winterhoefpijn”.

 

 

 

 

 

 

 

Hoe ontstaat winterbevangenheid

Door het koude weer veranderd de hormoonhuidhouding van je paard. Bij winterbevangen (wintervoetpijn) is de doorbloeding verminderd in de benen en voeten van het paard. Er komen o.a. meer schildklierhormonen vrij en die zorgen voor vernauwing van de bloedvaten in de hoeven en onderbenen van het paard. Deze aandoening komt het meeste voor bij paarden die PPID hebben, insulineresistent zijn of in het verleden al eens hoefbevangenheid hebben gehad.

Wat veroorzaakt de pijn

Er ontstaat een vernauwing van de bloedvaten in de hoef door aanmaak van cortisol. Hierdoor wordt de bloedtoevoer verminderd en er zal pijn optreden in de hoeven. Als de ondergrond hart en ongelijk is zal het paard nog meer pijn ervaren. Door de pijn ervaart het paard veel stress en zal het paard nog meer cortisol (stresshormoon)  aanmaken. Het is dus belangrijk dat je het paard op een zachte ondergrond zet bij verdenking van “winterbevangenheid”.

Je kan winterbevangheid herkennen aan:

  • Kreupel
  • Stijf lopen
  • Korte passen
  • Op eieren lopen
  • Geen pulsatie in de ondervoet

Wat kan je doen bij winterbevangheid:

  • Dierenarts bellen
  • Paard warme waterdichte deken op doen
  • Warme beenbeschermers, denk hierbij aan hoge transportbeschermers
  • Eventueel hoefschoenen aandoen
  • Vermijd stress
  • Voorzichtig stappen op zachte ondergrond goed voor circulatie)

Houd in de gaten dat je paard het niet te warm krijgt, als het
in het zonnetje staat.

Bij winterbevangenheid heeft je paard geen koorts, omdat het hier niet om een ontsteking gaat. Daardoor zullen de hoeven ook niet warm zijn. De dierenarts kan je iets voorschrijven dat het bloedvat weer verwijd. Een Cranio sacraal be-handeling kan het paard ondersteunen. Dit werkt voor een goede door-bloeding, stressvermindering,  pijnvermindering (door endorfine) en stimuleert het zelf genezende vermogen. Maar je kunt je paard zelf ook ondersteunen met een massage om hem  te ondersteunen.

Wanneer zullen de pijnklachten verminderen

De klachten van wintervoetpijn zullen verminderen, als het weer veranderd en de temperatuur weer gaat stijgen.  De bloedsomloop zal dan weer op gang komen, waardoor de pijn weer minder wordt en uiteindelijk verdwijnt.

Hoefbevangenheid ook in de winter

Je paard kan in de winter ook  hoefbevangen worden, Dit is iets anders dan winterbevangenheid.. Hoefbevangenheid wordt veroorzaakt door het hoge fructaan in het gras. Dit komt door koud (vries)weer en als de zon schijnt. Dan stijgt het fructaan gehalte in het gras. Maar het kan ook komen door teveel suikers in de voeding van het paard.

Wat is hoefbevangenheid i(n het kort)

Hoefbevangenheid is een ontsteking binnen in de hoef. De hoeflamellen, die er voor zorgen dat de hoefwand en het hoefbeen aan elkaar verbonden blijven, is ontstoken. Hierdoor zal de verbinding tussen de hoeflamellen en het hoefbeen verbreken. Het hoefbeen komt los van de hoefwand en kan dan zakken en roteren.  Het paard zal veel pijn ervaren, maar ook zal het door de ontsteking koorts krijgen. Meestal krijgen paarden het aan de voorbenen. Het paard zal moeilijk lopen, of wil helemaal niet meer lopen, hangt naar achteren om de voorbenen te ontlasten. In ernstige gevallen kan het hoefbeen door de zool heen komen.

Bij hoefbevangenheid kan je geen Cranio sacraal therapie toepassen. Omdat er door een Cranio sacraal behandeling veel afvalstoffen vrijkomen. En dit kan de hoefbevangenheid verergeren.

Het is ook noodzaak dat je in beide situaties een dierenarts laat
komen. Die kan bepalen wat er aan de hand is en de juiste behandeling
toepassen.